Spring naar content

Het jaar van de Vrijwilliger

“Vrijwilligersblog: Helpende Handen”

CMWW introduceert: de Vrijwilligersblog: Helpende Handen!

2021 is benoemd tot het Jaar van de Vrijwilliger. En dit vinden wij een uitgestreken kans om de burgers van Brunssum die als vrijwilligers aan de slag gaan weer eens een keer in het zonnetje te zetten!

Want binnen Brunssum is erg ongelofelijk veel leuk, inspirerend en mooi vrijwilligerswerk te vinden. Van het bieden van een luisterend oor, het helpen met belastinginvullingen, bestuurslid worden van een vereniging die de te gekste activiteiten bedenkt tot het verzorgen van het groen in de buurt- en speeltuinen. Overal waar je kijkt kun je de voetafdruk van die stille, maar krachtige, vrijwilligers terug vinden.

Het zijn stuk voor stuk harde werkers, ieder met een eigen verhaal achter hun keuze voor het vrijwilligerswerk. Door middel van een aantal interviews willen wij deze verhalen met jullie delen.

Ook deze maand hebben wij weer een té gek verhaal om met jullie te delen!

Vrijwilligersblog 9 : Vrijwilliger in het Barbarahoes in Treebeek en bij Kom Op De Soep in het Noorderhuis

Het verhaal van Wilma

Deze maand kunnen jullie genieten van alle leuke verhalen die Wilma te vertellen heeft over haar vrijwilligerswerk. Zo werkt ze al jarenlang bij het Barbarahoes in Treebeek, maar zet zich ook twee dagen per week in bij Kom Op De Soep in het Noorderhuis. Vol enthousiasme spreekt ze over haar werk en alle mooie ervaringen die ze daar al heeft opgedaan.
Tevens sloot Raymond Zomer aan, een medewerker van CMWW die Kom Op De Soep coördineert.
Lees lekker weg…

Wat doe je precies voor een vrijwilligerswerk?
Wilma: “In het Barbarahoes maak ik broodjes voor de Open Inloop en klets ik met de mensen die binnen wandelen. We hebben ook een collega die eet glutenvrij, en voor haar gaan we dan ook glutenvrij meel en broodjes. Iedereen of geen, zeg ik altijd. Ik geef liever dan dat ik wat krijg.
Ook maak ik de koffie voor de bezoekers. En bij Kom op de Soep doe ik ook van alles in de keuken. Bijvoorbeeld groentes snijden en de soep voorbereiden. Ik zit een keer per week in het Barbarahoes en twee keer in de week ben ik bij Kom op de Soep.”

‘’Ik voel me thuis in het Barbarahoes.’’

Hoe ben je bij het vrijwilligerswerk terecht gekomen?
Wilma: “Ik wilde wat meer onder de mensen komen. Dus in 1997 ben ik begonnen met vrijwilligerswerk. Ik ben tussentijds wel eens gestopt vanwege privésituaties, maar daarna altijd weer ergens begonnen. Daardoor heb ik bij meerdere plekken gewerkt. Ik wilde gewoon echt tussen de mensen komen.”

Wat vind je het leukste aan het werk?
Wilma: “Tussen de mensen komen bij de wijksteunpunten. Ik wilde vroeger altijd in het ziekenhuis werken, maar ik kon daar niet goed genoeg voor leren. Toen ben ik toch iets anders gaan doen met en voor mensen, door het vrijwilligerswerk. Je zorgt toch voor ze, al is het op een andere manier.
“In het Barbarahoes komt een vaste bezoeker die kan ook echt goed kletsen. Die kletst je de oren van de kop af. Heerlijk vind ik dat. Ik werk ook nog samen met een andere vrijwilligster in het Barbarahoes. Daar maken we samen de broodjes. Die samenwerking gaat ook heel goed, het is altijd gezellig samen.”

Bij Kom op de Soep werk je ook samen met veel mensen, hè? Hoe bevalt dat?
Wilma: “Heel leuk.”

Wat doen jullie precies bij Kom op de Soep?
Raymond: “Bij Kom Op De Soep bedienen we eigenlijk de mensen uit de buurt aan een soepje, of een maaltijd. Het is gestart voor mensen met een kleine beurs die het wat minder breed hebben of mensen die wat eenzaam zijn, daar gaat onze affiniteit naar toe. Daar willen we onze aandacht aan geven.
“En wij (de werknemers) zijn er vooral voor vragen of als er iets even niet lekker loopt, dat we kunnen bijspringen of uithelpen. Wilma verzorgt samen met de andere vrijwilligers alle maaltijden. In het begin wilde ze leren om soep te maken en zodoende doet ze dit tegenwoordig helemaal zelfstandig. Wilma is ook vaak als eerste hier. Ze is altijd te vroeg hier, klaar om te beginnen.”

Wilma: “Dat is omdat ik het graag doe. Anders kwam ik ook niet altijd te vroeg. Ik ben gewoon graag hier.”

Raymond: ‘’Het mooie aan Wilma is ook dat als het erg druk is en we veel werk hebben, dan zegt ze, ‘Ik blijf langer, tot het af is.’”

Wilma: “Ja, dan help ik wat langer uit en zeg ik mijn afspraken erna af. Ik heb in het Barbarahoes wel vaker gevraagd of ze nog wat meer voor me te doen hadden qua vrijwilligerswerk. En toen kwam een van de medewerkers een aantal weken later met de vraag of ik nog steeds iets zocht. En hij stuurde me door naar een andere collega die destijds Kom Op De Soep coördineerde. Gewoon om bezig te zijn. En zo had ik ineens twee vrijwilligersplekken.”

Raymond: “In het begin vond je het nog lastig om alleen te werken, hè. Je wilde graag dat iemand met je meekeek. Maar nu doe je alles helemaal zelfstandig, ben je veel zelfverzekerder geworden. Dat vind ik echt mooi om te zien bij jou.”

Hoe ben je bij CMWW terecht gekomen?
Wilma: “Door een kennis ben ik in het Barbarahoes terecht gekomen. Ze zei, ‘Kom toch eens mee.’ Ik had toen weinig geld en vond het lastig om dan mee te doen met alles. Toen ben ik toch een keertje meegegaan, en sindsdien ben ik blijven komen. Ik werd eigenlijk vanzelf gevraagd of ik wilde helpen als vrijwilliger. Het is een heerlijke groep daar. Ze zijn heel gezellig, een hele hechte club. Als er iets is, komen ze meteen met je praten. Heel lief altijd. Mijn man gaat soms ook wel eens mee, dan komt hij mee kletsen met ons.”

“We hebben de grootste lol samen.”

Wat vind je het leukste aan je vrijwilligerswerk?
Wilma: ‘’Dat ik met de mensen koffie kan zetten en kan praten. Ik weet nog de eerste keer dat ik binnen kwam bij Kom Op De Soep. ‘Kan ik helpen?’ vroeg ik. Daarna ben ik de worst gaan snijden. Toen vroeg ik ‘Mag ik daar zitten?’ En dan ben ik gaan helpen. Sindsdien ben ik altijd hier.’’

Raymond: ‘’Als we binnen komen zet één van de vrijwilligers koffie, we praten ook even van hoe was je weekend geweest? We babbelen dan even samen. Vervolgens beginnen we langzaam met groentes te snijden. Dat doen we dan gewoon rustig, geen haast. We willen natuurlijk niet dat er ongelukken gebeuren. Wilma is eigenlijk verantwoordelijk voor het snijwerk. We willen eigenlijk alle mensen die komen de kans geven om te koken. Om half één mogen dan de bezoekers komen. En rond twaalf uur gaan we nog even lunchen met zijn allen. Dan kijken we meteen naar wat we de week erna gaan maken. ‘’
Wilma: ‘’We hebben altijd handschoenen aan natuurlijk, want het moet wel hygiënisch blijven. We hebben ook altijd een schort om. Daar staan we dan, de een doet dat snijden de ander doet dat snijden. ‘’
Raymond: ‘’En het afwassen, dat doen we altijd met zijn allen.‘’

En hoe is het in de groep, altijd lachen gieren brullen?
Wilma: ‘’We hebben de grootste lol samen!’’

Wat zou je zeggen als iemand is aan het overwegen om vrijwilligerswerk te doen?
Wilma: ‘’Gewoon doen, of je nu verlegen bent of niet. Ik was vroeger heel verlegen. Toen ik de eerste keer begon was ik de kat uit de boom aan het kijken. En nu voel ik me hier thuis bij Kom Op De Soep en ik voel me thuis in het Barbarahoes. Ik heb hier mijn plek gevonden. ‘’

Vrijwilligersblog 8 : Vrijwilliger in wijksteunpunt Distelenveld in Brunssum Noord

Het verhaal van Louise, Nicole en Trautje

Het verhaal van Louise, Nicole en Trautje

Deze maand zijn we een kijkje gaan nemen bij een van de eet-momenten in wijksteunpunt Distelenveld in Brunssum Noord. Eén keer per maand gaan drie enthousiaste vrijwilligsters daar namelijk aan de slag om een hemelse maaltijd op tafel te toveren voor een groep deelnemers. Ze doen zelf de inkopen, voorbereidingen en het koken, waarbij alle ingrediënten helemaal vers worden ingekocht en klaargemaakt!

Ook benieuwd naar alle leuke verhalen die uit hun werk voortvloeien? Lees dan vooral verder:

Wat houdt jullie vrijwilligerswerk precies in?

Louise: “We koken één keer in de maand voor mensen die dat lekker vinden. Zij komen dan naar het wijksteunpunt om daar samen te eten. Dat vinden ze harstikke gezellig. Ze krijgen dan een soepje, een volledige maaltijd en erna een lekker toetje. En dat maken we helemaal zelf, er komt niets uit een pakje. We vragen meestal een week van te voren: ‘Wat zullen we maken?’”

Trautje: “We maken vaak een ovenschotel, en toevallig deze keer een koud buffet. Dat was wel veel werk!”

Nicole: “Wat we maken ligt ook een beetje aan het weer natuurlijk. Als het koud weer is willen ze het liefste verse erwtensoep met rijfkoeken. Dat wordt dan heel veel gevraagd hier, vinden ze echt heerlijk.

“We gaan na het eten ook altijd erbij zitten, een kopje koffie drinken en met de mensen kletsen.”

Louise: “het contact met de mensen moet je toch een beetje houden. Dat is juist zo belangrijk.”

Nicole: “Daar komen ze ook voor.”

Trautje: “Ja, ze blijven ook altijd zitten tot het einde, puur voor de gezelligheid. Op gegeven moment moeten we gewoon zeggen, het is tijd we moeten gaan opruimen en schoonmaken.”

Nicole: “En op de andere donderdagen van de maand serveren we altijd het eten uit dat door de mensen bij Keldermann besteld wordt via Tafeltje-Dekje. Dat gebeurt eigenlijk alle dagen hier, behalve één keer per maand als wij drie zelf koken.”

                                               “Als er geen vrijwilligers waren, dan zag de wereld er heel anders uit.”

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om zelf te gaan koken voor de mensen?

Nicole: “Via Cicero, destijds.”

Louise: “Toen de activiteiten in de Distelenveld-flat pas begonnen, zaten we nog boven in de flat in een appartementje als wijksteunpunt. Het flatje is op gegeven moment opgezegd en toen zijn zij verhuisd naar de activiteitenruimtes op de begane grond. CMWW kwam er toen ook bijzitten en toen zeiden wij met Cicero van ‘Kom we gaan koken 1x per maand, gewoon met z’n allen’ en dat is heel lang zo gebleven. Mensen vinden het lekker als we zelf koken, daar komen ze extra voor.”

Nicole: “Dat was vroeger wel eens, als we heel lekker gekookt hadden dan moesten we de zaal in komen en dan gingen ze applaudisseren!”

En hoe lang doen jullie dit werk al?

Nicole: “Zo’n elf of twaalf jaar nu. Jij nog langer zelfs, toch Louise?”

Louise: “Ik ben destijds begonnen bij Cicero, dus zo’n 15-16 jaar nu.”

Trautje: “Ik werk hier nu zo’n 2 jaar, geloof ik.”

“We gaan na het eten ook altijd erbij zitten, een kopje koffie drinken en met de mensen kletsen.”

En hoe zijn jullie hier bij het CMWW terecht gekomen?
Nicole: “Nou ik zat hier al bij de Zumba-groep op vrijdag en toen kwam de coördinator van het wijksteunpunt een keer met me praten. En ze vroeg: ‘Zou jij geen vrijwilligerswerk hier willen komen doen?’ Op dat moment had ik net geen baan, en het leek me wel leuk. Toen ben ik begonnen bij de eettafel en uiteindelijk zit ik nu ook bij de administratie.”

Louise: “Ik zat eerst op de Wijkbelbus en toen er hier iemand nodig was, ben ik ook hierheen gekomen als vrijwilligster. En sindsdien ben ik altijd gebleven. Een tijd heb ik die twee functies ook nog samen gedaan. De Belbus was ook heel leuk altijd.”

Trautje: “Ik werkte eerst bij Ruggensteun, maar dat paste niet meer helemaal bij me. En toen heb ik hier via de vrijwilligerscentrale gesolliciteerd. Ik kende een van de vrijwilligsters van daar en via die weg heb ik dit gevonden. En het bevalt me ook heel goed moet ik zeggen.”

Wat vinden jullie het allerleukste aan dit vrijwilligerswerk?

Trautje: “Dat de mensen toch wel dankbaar zijn dat we dit doen.”

Nicole: “Het onderlinge contact is ook altijd leuk. Alleen thuis zitten is ook niks, ik vind het juist leuk om onder de mensen te zijn en dat is hier heel veel natuurlijk.”

Heb je ook iets geleerd van je werk hier? Iets wat je meeneemt voor jezelf?

Trautje: “Je leert echt hoe belangrijk het is om geduld te hebben in de dingen die je doet.”

Nicole: “En dat gezelligheid belangrijk is.  Alleen eten lijkt me ook niet echt fijn altijd. Het is dan juist fijn als er wat leven en geluid om je heen is, denk ik.

“De meeste mensen die bij ons komen eten wonen ook hier in de flat, dus voor hen is het gemakkelijk om dan juist bij ons te komen eten. We hebben trouwens ook een paar mensen uit andere flats hier uit Brunssum Noord. Iedereen is natuurlijk welkom!”

Wat is jullie advies voor degenen die overwegen om vrijwilligerswerk te gaan doen?
Nicole: “Doen! Het is echt hartstikke leuk.”

Trautje: “Ik hoor wel eens mensen zeggen ‘Dat zou ik nooit doen’.”

Louise: “De hele locatie hier draait zo goed als op vrijwilligers. Stel je voor dat die er allemaal niet zijn.”

Nicole: “Als er geen vrijwilligers waren, dan zag de wereld er heel anders uit, denk ik.”

Dames, harstikke bedankt voor jullie leuke en inspirerende verhaal!

                               “Mensen vinden het lekker als we zelf koken, daar komen ze extra voor.”

Vrijwilligersblog 7 : Vrijwilliger bij Os Hoes

Het verhaal van Bob Ubaghs en Monique Sijben

Gelegen in Brunssum Noord is Os Hoes – een locatie van CMWW die mensen ondersteuning en hulp biedt bij financiële vragen en situaties waar mensen in het dagelijks leven tegenaan kunnen lopen. Op deze locatie werkt ook een groep hardwerkende, gemotiveerde vrijwilligers, waaronder Bob en Monique! Op dinsdag, woensdag en donderdag zetten zij zich in om de mensen van Brunssum een handje te kunnen helpen.

Pak wat lekkers te drinken en ontdek wat zij allemaal doen.

Wat houdt jullie vrijwilligerswerk in bij Os Hoes?

Monique: “Ik werk bij Os Hoes, zo’n vier uurtjes per week. Hier helpen wij mensen met het aanvragen van bijvoorbeeld kwijtscheldingen bij de BSGW, toeslagen of uitkeringen. Ook helpen we met het aanvragen van vergoedingen bij bijvoorbeeld Stichting Leergeld (Leergeld zet zich in voor schoolgaande kinderen uit gezinnen die vanwege gebrek aan financiële middelen niet mee kunnen doen met hun leeftijdgenootjes). En we helpen mensen vaak met betaalregelingen bij achterstanden met huur- of ziekteverzekeringen.”

Bob: “Het hangt een beetje af van wat de vraag van iemand is. Als je iemand hebt die totaal blanco binnenkomt – via een overdracht van ISD BOL bijvoorbeeld – dan ga je het gesprek heel open aan om te  kijken naar wat er aan de hand is, waar de vragen liggen. Dan krijg je vanzelf zicht op waar vragen liggen en die proberen we uit te diepen. Een eerste gesprek is heel algemeen.

Er is ook wel papierwerk te doen. Dan gaan we bijvoorbeeld dossiers in orde maken voor klanten, die dan opgestuurd worden naar de kredietbank.”

Monique: “Dan vullen we bijvoorbeeld ook de brug in.”

Bob: “En dan is het afhankelijk van de urgentie van hun vraag of er een actie komt. Bijvoorbeeld een belastingprobleem waar je dan probeert in te duiken voor een eerste zet naar een oplossing te komen, samen met de klant en de instantie. Maar meestal krijgen wij afspraken met mensen met een gerichte vraag waar we dan bij helpen. Dat doen we ook vaak samen, trouwens. Twee weten meer dan een, hè.”

“Dan komt weer een vraag en denk je ‘O, die heb ik nog nooit gehad!’ En dan duik je daar dan weer in.’’

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om hier vrijwilligerswerk te gaan doen?

Bob: “Voor mij geldt dat ik vier jaar geleden met pensioen ging en het gevoel had van ‘je moet wel iets blijven doen’, ook om mentaal fit te blijven. Ik zocht iets in een kantoorsetting, en toen ben ik via de vrijwilligerscentrale op het spoor gezet om te helpen bij het opstarten van Os Hoes. Toen heb ik een gesprek gehad met iemand van CMWW en het leek me wel wat. En zo is het gekomen, eigenlijk, zonder precies te weten wat me te wachten stond. Ik werk er nu zo’n drie jaar.”

Monique: “Ik werk er nu één jaar. Ik had naast mijn parttimebaan een nevenactiviteit en die hield destijds op. Toen dacht ik ‘Ik wil toch weer wel wat gaan doen’. Via een advertentie in een plaatselijk krantje werd ik gewezen op een soort budget-coach functie bij CMWW. Waarna ik bij Os Hoes ben komen kijken en ik vond de sfeer zo fijn dat ik ben gebleven. Nu is dit geen budgetcoachfunctie, maar we helpen wel veel mensen met allerlei verschillende financiële vragen. Dan komt weer een vraag en denk je ‘O, die heb ik nog nooit gehad!’ en dan duik je daar dan weer in. Daarbij krijgen we wel hulp van de professionals hier, die ook op de locatie aanwezig zijn. Als je er niet uit komt, kun je altijd bij hen terecht. Of bij elkaar, dat kan ook natuurlijk.”

Hoe is het team waar jullie mee werken?

Monique: “Het is heel leuk. Ik vind het heel leuk om met jongere mensen samen te werken. Zij leren mij ook dingen, dat vind ik geweldig. Ze hebben beroepsmatig inzicht en laten me dan ook naar dingen kijken van ‘dat kun je ook zo of zo zien’, op een andere manier kijken naar dingen en vraagstellingen.

Bob: “Sluit ik me helemaal bij aan.”

 “Het zijn vaak kleine dingen, maar die voelen voor mensen aan als een berg.”

Wat vinden jullie het leukste aan dit vrijwilligerswerk?
Monique: “De variëteit. De diverse vragen. Er zitten veel leermomenten voor mezelf in over dingen die ik ook nog niet wist. Daar kijk ik dan samen met bijvoorbeeld Bob naar of met een professional en dan komen we er alsnog uit. Het is niet vaak hetzelfde hier. Soms wel dezelfde vragen, maar dan van een nieuwe cliënt die weer een andere achtergrond heeft.’’

“Ik heb ook bijeenkomsten gevolgd van het Leger des Heils – een van de samenwerkingspartners van Os Hoes – en daarin zeiden ze een spreuk, “Armoede zet je niet op de vensterbank.’’

Ja, die zegt wel veel, volgens mij. Als ik hier op woensdag naar toe kom dan merk je dat wel. Dat is de afstand van mensen die bijvoorbeeld bang zijn om brieven te openen, maar ook de durf om hierheen te komen.”

Bob: “Voor mij hetzelfde, de variëteit. Je komt veel variaties tegen en het leukste is als ik dingen tegenkom die ik nog niet weet. Een leermoment voor jezelf. ‘Bestaat dat ook, kun je daar ook voor deze zaken terecht?’. Dat vind ik ook heel leuk om uit te zoeken en dat gebeurt met regelmaat. Wat ik dacht dat ik nooit zou gaan doen is betalingsregelingen afsluiten bij schuldeisers.

En toen heb ik het een keer gedaan, hier voor een klant, en toen merkte ik hoe gemakkelijk dat eigenlijk wel niet ging. Daar ben ik nu dus overheen, dat doe ik zonder moeite nu.”

Monique: “Op dat moment ben je er voor iemand, voor zo’n soort hulp komen ze naar ons en zo’n regeling kan dan veel uitmaken.”

Bob: “Het soort mensen dat hier binnenloopt varieert ook veel. Van mensen die in financiële moeilijkheden zitten tot mensen die heel enthousiast zijn en die je maar een of twee keer hoeft te zien en dan is het al opgelost. Dat maakt het voor ons ook leuk. Veel variatie.”

Monique: “Ik heb wel eens iemand gehad die had een goed betaalde baan, maar die toch nog wat rekeningen had open staan die ze moest betalen. En deze persoon wilde niet dat de partner ermee hielp, ze wilden het graag zelf doen. Die ging heel opgewekt de deur uit toen we adviezen hadden gegeven.”

Bob: “Het zijn vaak kleine dingen, maar die voelen voor mensen aan als een berg.”

Wat hebben jullie geleerd van dit vrijwilligerswerk?

Monique: “Het idee van ‘Armoede zet je niet op de vensterbank’. Achter de voordeur kan er veel leed zijn wat je niet altijd ziet. Een mens is zoveel meer dan hetgeen je in eerste instantie ziet, of waarmee ze binnenkomen. Er kan een heel ander verhaal achter zitten.

Bob: “Wat een uitdaging is, is het verstaan het begrijpen van de mensen. Veel mensen ook van allochtone afkomst, die de taal nog niet goed beheersen. Zij nemen vaak familie mee die tolkt.”

Monique: “Een fijne oplossing daarbij is visualiseren. We hebben nu een groot tv-scherm, waarop we de cliënt kunnen laten meekijken met hetgeen we bijvoorbeeld invullen bij een aanvraag. Dat is heel fijn.”

Nog tips voor mensen die vrijwilligerswerk overwegen?

Monique: “Kijk wat je leuk vindt en ga dat doen. Zoek waar je interesses liggen en oriënteer je daar verder in.”

Bob: “Het zal voor de een anders zijn dan de ander. Blijf vooral bij jezelf, zoek gericht naar iets wat bij je past en je leuk vind.”

Monique: “Ik ben bijvoorbeeld heel geïnteresseerd in de mens. Ik wil graag de verhalen van mensen horen. Cliënten hebben soms veel meegemaakt. Die verhalen komen niet altijd aan de orde, maar vaak is het wel zo dat vanuit hetgeen ze hebben meegemaakt met een bepaalde vraagstelling komt. En daar gaan wij dan weer mee aan de slag.”

Is jouw interesse gewekt in Os Hoes?

Interesse voor vrijwilligerswerk bij Os Hoes? Neem dan eens contact op met:

Denna Waanders, tel: 06 83 80 28 73 of mail: d.waanders@cmww.nl

Vrijwilligersblog 6 : Vrijwilliger bij Cicero Zorggroep

Het verhaal van Lea van Schijndel

Deze maand weer een gloednieuwe post met een wel heel bijzonder verhaal: het verhaal van Lea van Schijndel. Lea is al jaren actief als vrijwilligster bij Cicero Zorggroep op de palliatieve afdeling. Ze helpt en zorgt voor mensen in hun laatste levensfase en doet dit met ontzettend veel plezier en kracht.

Samen met Judith Schuitert – de vrijwilligerscoördinator van Cicero vertelt ze ons over haar werk. Van een goed gesprek voeren tot het bakken van kroketten nog laat op de avond, Lea’s werk is zowel divers als ontzettend mooi en dankbaar. Lees lekker weg terwijl Lea vertelt over haar passie

Lea en Judith

Lea, kun je ons vertellen wat voor vrijwilligerswerk je precies doet bij Cicero?

Lea: “Eigenlijk werk ik hoofdzakelijk op de palliatieve afdeling van Cicero Zorghuis. Daar help ik mensen met allerlei dingentjes eigenlijk, zoals het brengen van een extra kopje koffie of het maken van een praatje. Zowel in goede als in slechte tijden. Ik ben er voor de mensen en ook voor hun familie natuurlijk. Kinderen en kleinkinderen, iedereen. En dat maakt het heel bijzonder.

Er komt best veel bij kijken, maar dat ligt ook gewoon aan jezelf. Er is altijd wel werk hier, vooral op de palliatieve afdeling. En als het rustig is op die afdeling, dan zwerf ik door het hele huis heen. Zo kan ik ook uithelpen op andere afdelingen waar cliënten tijdelijk verblijven en/of revalideren. Er is altijd wel iets te doen voor me om de mensen te helpen.” Judith: “Cicero Zorghuis is op dat punt ook erg dynamisch. We hebben de palliatieve zorg, maar ook vaste bewoners en ook nog de revalidatie. Dus mensen die ook weer op de been komen en naar huis mogen. Dat zijn echt twee tegenovergestelde werelden, de revalidatie en palliatieve zorg. Het is hier echt een komen en gaan. En dat maakt dat je in de ene kamer zegt: ‘Alles mag, rustig aan, wat wil je zelf nog?’, lekker de mensen nog verwennen op hun laatste dagen.  En in de andere kamer zeg je juist, ‘Nou, dat kun je best nog zelf doen. Even oefenen nog!’.”

En wat voor taken doe je dan op een dag allemaal?

Lea: “Heel veel. Dit wordt voornamelijk bepaald door de wensen van de mensen, die zijn heel belangrijk. Als ze iets willen wat niet in huis is, dan gaan we het even halen. Zo makkelijk is het. Bijvoorbeeld pudding of wat lekkers ofzo. We doen er alles aan om het zo aangenaam mogelijk te maken voor de cliënt.

Het zijn soms hele kleine dingen waar een ander van zou denken ‘pfft’. Je gaat dan bijvoorbeeld voor iemand een potje augurken halen. Dat is voor mij een kleine moeite. Maar dan komt het voor dat de cliënt het dan eigenlijk toch niet meer kan verdragen. Dan zegt hij:  ‘Sorry, het gaat toch niet, maar ik had er juist zo’n zin in.’ Dan gaat het erom dat de cliënt het toch heeft gekregen, want dat is al fijn. Luisteren naar wat de mensen nog willen dat is wel het belangrijkste. En vaak is dat goed te realiseren.

Ik help ook met de avondronde van het eten. Dan gaan we met een kar rond, die volgestapeld is met lekkere dingen. Natuurlijk mogen we dan de pudding en appelmoes absoluut niet vergeten! En als iemand dan wat hulp nodig heeft met het eten, dan help je iemand even.”

“Ik zeg altijd achter die gesloten deuren, achter die klapdeuren, daar is het leven.”

                                             

Wat is de reden dat je vrijwilligerswerk bent gaan doen?

Lea: “Nou, ik ben 12 jaar geleden weduwe geworden. Ik heb voor mijn eigen man gezorgd toen hij ziek was, en heb daarna zelf veel operaties gehad. Op een dag, kwam ik een oude bekende tegen die bij de Heemhof werkte. Toen zijn we een kopje koffie gaan drinken en aan de praat geraakt. Ik werkte toen niet, en zij zei: ‘Kom bij ons vrijwilligerswerk doen. Pak je agenda, dan maken we een afspraak.’ Nou ik was wel een beetje afhoudend, hè. Ik wist niet of ik dat soort werk leuk zou vinden. Maar ik zeg: ‘Is goed, ik kom wel.’ Dus ik ging erheen en ik liep naar binnen en dat gevoel… ja dat kan ik niet beschrijven. Ik voelde me daar zó goed bij.

Toen ben ik eigenlijk heel vlug daar begonnen. Ik had wat vaste dagen, en voor de rest kon ik gewoon binnenlopen en kijken of ik nog kon helpen ergens. En dat is hier ook, nu de palliatieve zorg van Heemhof is verhuisd naar Cicero Zorghuis. Ik ben een beetje blijven plakken bij het vrijwilligerswerk dat ik leuk vind. Maar ik zou ook niets anders willen. Ik zou het nergens voor willen opgeven. Dit is 200% mijn ding.”

Het lijkt me ook wel zwaar werk soms, niet?

Lea: “Dat ligt aan de situatie. Op de ene kamer kom je en daar kun je lachen en gek doen. Soms dan zijn het mensen die heel erg ziek zijn, en die maken toch nog grapjes en kunnen dan nog wel eens verrassend uit de hoek komen.

Het komt vaak voor dat mensen hier binnen komen wanneer ze zich nog redelijk goed voelen, en dan gaan ze langzaam achteruit. Daar ga je met de zorg in mee dan. Je hebt de goede momenten, met samen lachen en kopjes koffie, en je hebt momenten dan willen ze gewoon dat er iemand naast ze zit in alle stilte. Gewoon daar zijn voor iemand. Dan vinden ze dat prima. Het zijn vaak de hele kleine dingen. Zo is er is bijvoorbeeld een mevrouw, daar ga ik altijd om acht uur ’s avonds nog even een banaan brengen. Daar ligt ze dan echt op te wachten. Dan kan ze rustig de nacht in, heeft ze genoeg gegeten.

En soms kun je voor de cliënt niet veel meer doen. Dan zit daar al alle verzorging bovenop. Maar dan is daar wel een partner of familie die wat extra aandacht nodig heeft. Dat extra kopje koffie of praatje. Dat maakt het altijd heel leuk hier. Iedere dag is een uitdaging want het is altijd anders. Het is geen dag hetzelfde.”

“Het is zo bijzonder dat je erbij mag zijn, met hun families.”

Is er iets dat je ook echt geleerd hebt van het vrijwilligerswerk hier?

Lea: “Het is natuurlijk even wennen om met de mensen van de palliatieve afdeling in aanraking te komen, op het begin denk je ‘Oh, al die mensen gaan hier dood’ en dat maak je in al die jaren ook veel mee. Maar je leert er echt goed mee omgaan. Het is zo bijzonder dat je erbij mag zijn, met hun families.  Alle mensen zijn anders en daar handel je ook naar. Hoe je met ze omgaat. Je komt dichtbij, maar houdt op een bepaalde manier ook afstand.”

Wat is het leukste dat je hebt meegemaakt binnen je vrijwilligerswerk hier?

Lea: “Het leukste verhaal vind ik nog steeds dat iemand tegen me zei ‘Ik wil een kroket.’ Nou, is goed. Het was negen uur ’s avonds, ik had de jas al aan om naar huis te gaan en ik hoorde dat. Nou, frietenpan aan en bakken maar. ‘Ga je dat echt nog doen?’ vroeg hij. ‘Ja, ja,’ zei ik.

‘Ik moet wel een spuugbakje en servetje erbij hebben, ik mag het niet af slikken.’ Nou, dat regelen we dan ook. Hij wilde gewoon de smaak nog een keer ervaren. En ja, op een palliatieve afdeling dan ga je dat doen. Dan zie je iemand zó genieten. En wat dan door je heen gaat, dat kan ik niet beschrijven. De dag erop wilt hij het dan nog eens. Dus dan doe je dat gewoon nog een keer.

Stel je doet het niet. Als ik dan naar huis ga en de persoon is er morgen niet meer, dan zou ik me zo schuldig voelen. Wat is voor mij een kwartiertje later naar huis gaan? Verplaats je eens dat je daar in bed ligt en zo afhankelijk bent tot iemand komt. Daarom loop ik vaak ook naar binnen op kamers waarvan ik weet dat die mensen het niet meer kunnen.

Judith: “Het is ook wel bijzonder dat als je hier voor het gebouw staat, dan weet je dit helemaal niet. Mensen kunnen zich niet altijd voorstellen wat het vrijwilligerswerk inhoudt. Op de palliatieve afdeling, maar ook ouderenzorg algemeen. Terwijl er zoveel mogelijk is om te doen bij ons. Zoveel mooie dingen.”

Lea: “Ik zeg altijd achter die gesloten deuren, achter die klapdeuren, daar is het leven. Je ziet mensen die binnenkomen om te revalideren gewoon vooruitgaan. Van binnenkomen in een rolstoel tot lopen met een stok. Dat is altijd heel mooi.

Al komt het ook wel eens voor dat iemand van de palliatieve afdeling ook nog goed genoeg is om toch weer naar huis te gaan. Zo hadden we een mevrouw in Heemhof waarvan wij dachten, nou die heeft nog maar een paar weken. De familie dacht dat ook. Maar zij is uiteindelijk nog naar een zorgcentrum van Cicero gegaan en heeft daar nog drie jaar in de cliëntenraad gezeten! Die mevrouw was ruim 80 jaar. Drie jaar erbij gekregen nog.”

“Ik zou het nergens voor willen opgeven. Dit is 200% mijn ding.”

Met hoeveel vrijwilligers zijn jullie ongeveer?

Judith: “Nou we hebben bij Cicero Zorghuis momenteel 18 vrijwilligers voor het hele gebouw. Maar er is behoefte aan zeven dagen in de week, ook de avonden, dat mensen kunnen helpen. Maar je merkt dat de weekenden en avonden lastig in te vullen zijn. Mensen hebben een baan, familie, andere taken in het leven. Het liefste willen we 24u per dag vrijwilligers hebben voor de mensen hier. En dat is wel lastig soms, ja.”

Laatste vraag: wat zou je mensen aanraden die nog twijfelen om vrijwilligerswerk te doen?

“Ga een keertje meelopen! Kom gewoon een keertje kijken en zie wat er allemaal gebeurt. Het gevoel moet bij jezelf liggen. Maar als je er voor openstaat, voor dit soort werk, ja, dan kun je er echt iets uithalen. Al die verschillende mensen en verschillende families, dat geeft je een mooie uitdaging.”

Dames, harstikke bedankt voor dit mooie en inspirerende verhaal!

Interesse in vrijwilligerswerk bij Cicero Zorggroep?

Nieuwsgierig geworden door het verhaal van Lea? Misschien is dit werk dan wel iets voor jou!

Neem bij interesse vooral een keertje vrijblijvend contact op met Judith Schuitert – vrijwilligercoördinator binnen Cicero Zorggroep:

j.schuitert@cicerozorggroep.nl

Vrijwilligersblog 5 : Moederdag

Het verhaal van Yvonne

Ik heb gehoord dat je samen met Omar Nouri voor Moederdag iets hebt georganiseerd. Kun je wat meer erover vertellen?

“We hebben een pakketje gemaakt van taarten en bonbons. Die hebben we ingepakt en rondgebracht bij een aantal alleenstaande moeders in Brunssum die het financieel heel moeilijk hebben. De moeders vonden het echt geweldig. “Waar hebben we dat aan verdient?” zeiden ze. Was heel erg leuk, ja.”

“Ik zag dit in begin ook niet als vrijwilligerswerk. Ik dacht gewoon ik ga wat doen ik ga mensen helpen.”

Hoe ben je op het idee gekomen?

“Je hoort toch wel heel vaak dat er problemen zijn in gezinnen en zo. En dan kan je iemand eens blij maken. Misschien hebben de kinderen wel geen geld om iets te kopen of zo. Ik wilde eigenlijk een soort knutselmiddag met kinderen doen, waarna ze het kleinigheidje aan moeder konden geven. De kinderen konden het dan zelf geven aan hun moeder, dat vinden kinderen ook heel leuk. Ja, dat vond ik echt leuk, maar dat kon nu natuurlijk moeilijk.

En ja, het valt toch op dat er veel mensen eenzaam zijn.”

Waaraan valt je dat op?

“Ja, je hoort dat zo, tussen neus en lippen door. Laatst had ik dat ook met een mevrouw. Ze heeft kinderen, maar die wonen ver weg en dan zegt ze “Ja vandaag heb ik nog met niemand gepraat.” Ja, in deze tijd moet je ook voor ouderen toch wat organiseren.  Vooral als je alleen bent, of met financiële problemen loopt, dat je dan een lichtpuntje mag krijgen.”

Wat vonden de mensen er van toen jullie aan de deur stonden?

“Ja, ze vonden het echt heel leuk. We hebben bij drieëntwintig mensen de pakketjes thuisgebracht. Sommigen hebben we moeten bellen of ze thuis waren. Bij eentje hebben we het aan de buren moeten afgeven.

Er was een mevrouw die zei: ‘Wacht ik heb ook iets voor jullie.’ Toen kregen we koffie-to-go en twee muffins ingepakt. En dat kregen wij dan. Was heel leuk, heel aardig. Die vrouw was ook heel blij met de actie.”

Je bent dit echter niet alleen gaan doen, toch?
“Bjarne (van onze vorige blogpost! 😉 ) is weer meegegaan. Die vond het heel tof dat hij weer gevraagd was. En Hugo Janssen, de wethouder, en Omar Nouri van CMWW.

Omar was vooral er voor de jongeren. Heel leuk. Ik zeg ook altijd, ‘Er zijn best nog activiteiten waar je de jeugd een taak kan geven’. Daar kunnen toch veel oudere mensen van genieten of profiteren. En de jeugd vindt het ook leuk. Ik heb zo dus twee jongens leren kennen met de Paasactie en het waren zo’n leuke, aardige jongens. En als je dan alle negatieven geluiden hoort over jeugd tegenwoordig. Je ziet dan toch dat het ook hele aardige jongens kunnen zijn.”

‘’Hoeveel mensen hebben niet problemen met hun huishouden, financiën, kinderen, etc. Als je dan iets kleins kan doen is dat fijn om te doen.”

Hoe ben je eigenlijk terecht gekomen bij CMWW met al je ideeën en vragen?

“Nou ik ben 74 en heb dus tot mijn 72,5e jaar gewerkt. Toen ik gestopt ben viel ik in een enorm gat. Ik wilde altijd wat met kinderen doen. En dan ben je aan het denken en ga je zoeken van wat is er. En vrijwilligerswerk, ja daar had ik eigenlijk niet zo’n zin in. Dat gedoe allemaal.

Maar toen dacht ik, als je nou eens iets van een speelgoedactie doet. En dat even door mijn hoofd laten gaan en gedacht daar ga ik eens mee beginnen. Gewoon uit verveling, eigenlijk.

Toen heb ik met Ineke Stegink contact gekregen. Daarna werd ik gebeld door Omar en zo is het balletje eigenlijk aan de gang gekomen.

Ik dacht altijd ‘In vrijwilligerswerk daar heb ik geen zin. Ik moet wat actie hebben”.

Dus je bent eigenlijk een beetje per ongeluk in vrijwilligerswerk gerold?

“Ja, maar ik vind het wel heel leuk nu! Ik vind het een heel interessant. Het mensen helpen. Hoeveel mensen hebben niet problemen met hun huishouden, financiën, kinderen, etc. Als je dan iets kleins kan doen is dat fijn om te doen.”

“Er was een mevrouw die zei: ‘Wacht ik heb ook iets voor jullie.

Wat zou je mensen zeggen die aan het overwegen zijn om vrijwilligerswerk te doen?

“Nou ja, je kunt het altijd proberen, vind ik. En dan kun je zien waar het schip strandt. Misschien vind je het heel leuk, misschien vind je het niks. Je weet het niet tot je het probeert, hè.

Ik zag dit in begin ook niet als vrijwilligerswerk. Ik dacht gewoon ik ga wat doen ik ga mensen helpen. Je moet er zelf een goed gevoel bij hebben. En dan kijken waar het schip strandt.”

En hoe ga je nu verder?

“Ja, haha! Eens kijken wat we als volgende actie kunnen doen.”

Vrijwilligersblog 4 : Helpende Handen

Het verhaal van Cyril en Bjarne….
En onze eigen Omar!

Vrijwilligerswerk is er in vele soorten en maten… van korte duur, van lange duur, vaste dagen of één actie per jaar. Zo bespreken we deze maand een vrijwillige actie die is uitgevoerd door Cyril en Bjarne, twee jongens uit Brunssum. In ons gesprek vertellen zij hoe ze tijdens de Pasen een te gekke – en vrijwillige – actie hebben uitgevoerd voor hun medebewoners in Brunssum! Hierbij zijn ze ook op pad gegaan met twee wethouders van Brunssum: Jo Mertens en Servie L’Espoir.

“Hadden we niet verwacht, dat het zo’n succes ging worden. We hadden zelfs twee wethouders die mee kwamen lopen.”

En onze eigen jeugdwerker Omar Nouri, die met o.a. Cyril en Bjarne de actie heeft opgezet, sloot ook aan om mee te kletsen!

Jullie hebben een tijdje terug een vrijwillige actie uitgevoerd tijdens de Pasen, willen jullie ons en de lezers daar iets over vertellen?

Cyril: “We hebben een actie met Omar Nouri (Jeugdwerker CMWW) en Yvonne Boekhorst (vrijwilligster) ondernomen om de ouderen in een seniorencomplex een bijdrage te leveren door een paasmandje aan de deur te brengen. Om de eenzaamheid een beetje weg te nemen en om iets goeds te doen voor de ouderen, eigenlijk. Ze krijgen al weinig tot geen bezoek nu, dan is het toch fijn om een beetje contact te krijgen met andere mensen.”

Bjarne: “Ja. Een bijdrage in deze verschrikkelijke tijd.”

                                                             

En op welke manier hebben jullie dat gedaan?

Cyril: “We zijn langs de deuren geweest en daar hebben we een mandje met allerlei lekkere dingen en een kaartje van CMWW en Weller langsbracht bij de mensen thuis. Eén mevrouw was heel erg ontroerd. Ze was heel erg onder de indruk en vond het heel leuk. Sommigen waren wat angstig op het begin, ze dachten van ‘waarom kom je aan mijn deur?’ Dus we vertelden waarvoor we kwamen en gaven het af. De meesten vonden het allemaal leuk.”

Omar: “Er waren verschillende reacties, hè. Iemand vroeg ‘wat kost het?’ of ‘mag ik iets eruit kiezen?’ en dan verbaasd zijn dat het hele mandje voor hen is. Sommigen waren aan het huilen, bijvoorbeeld. Wat deed dat met jou, Cyril?”

Cyril: “Ja, dat geeft je een goed gevoel. Je doet iets heel kleins, kost je helemaal geen moeite, maar voor iemand die daar zo zit is gewoon de rest van de week helemaal goedgemaakt door zo’n klein gebaar. Ze was ons heel dankbaar. Tranen in de ogen. En Bjarne had ook een aparte ervaring.”

Bjarne: “Iemand sloeg de deur dicht.”

Omar: “Ja, dat. Opeens staat een jonge jongen aan de deur, met een mandje, wat komt die doen? En je leert toch vaker van ‘niet zomaar de deur open maken’. Bij zo’n reactie dan vraag je je af, ‘heb ik iets fout gedaan?’ Maar je had het mooi opgelost.”

Bjarne: “Ik heb het mandje voor de deur gezet, dan krijgen ze het alsnog. En sommige mensen hadden ook hele leuke reacties. Daar doe je het dan voor. Ik vond het echt heel leuk. Eigenlijk zou iemand anders meedoen in plaats van mij, maar die kon niet, dus kon ik mee gaan.”

Omar: “Ja, die had symptomen van Corona, dus hebben we gezegd blijf maar thuis. Ja, en wat moeten we nu doen? Toen kwam ik Bjarne tegen in het skatepark die middag en heb ik hem gevraagd of hij mee wilde doen. En dat wilde hij.”

Wat was de grootste motivatie om de paasactie te doen?

Cyril: “Omar.”

Omar: “Haha. Ja, Cyril heeft al eerder met ons samen gewerkt met de voedselpakketten, hij vindt dat leuk en belangrijk om te doen voor mensen die het nodig hebben. Bjarne ging voor de eerste keer mee, en hij zegt nu tegen me van ‘bel me maar vaker voor dit soort activiteiten’. Op deze manier krijgen ze een kans, en zien ze hoe leuk het kan zijn om iets voor anderen te doen. Je ziet je eigen kwaliteiten; Bjarne was zo creatief met de persoon die de deur dicht deed. Hij zette het gewoon voor de deur, zo van, respect dat je dit niet fijn vindt, maar je verdient het mandje wel.”

Bjarne:Ja, sommigen zullen slechte ervaringen hebben met dit soort dingen. Dus dat respecteer ik dan ook.”

Omar: “Ook leuk hoe je het gesprek aan ging hierdoor met sommige mensen. Zoals die ene persoon die met je wilde kletsen. Daar hebben we ook een leuke foto van.”

“Je doet iets heel kleins, kost je helemaal geen moeite, maar voor iemand die daar zo zit is gewoon de rest van de week helemaal goedgemaakt door zo’n klein gebaar.”

Is er een moment of gebeurtenis van deze dag die voor jou veel betekent?

Bjarne: “Die man, ja. Hij zat in een rolstoel, en vertelde dat hij het best zwaar had in deze tijd. Hij kan niet zo maar even gaan wandelen voor wat rust te pakken. Dat raakte me wel.”

Cyril: “Je voelt de vreugde van de mensen, dat geeft een goed gevoel. Voor jezelf is het een doodnormale dag, maar zij fleuren helemaal op omdat je ze even iets komt brengen.”

Hoe zijn jullie eigenlijk op het idee gekomen voor de Paasactie?

Omar: “Met Yvonne heb ik vorig jaar ook al vaker activiteiten gedaan voor de mensen. En dit jaar met Passen wilden wij ook iets betekenen voor oudere, eenzame mensen. Bijna niemand komt bij je aan de deur tegenwoordig. Dus we bedachten een paasmandje dat de jongeren konden afgeven. Zo van ‘er zijn jongeren die ook aan ons denken’. Dus we gingen partners zoeken om samen mee te werken. Maar we hadden niet verwacht wie er allemaal gingen meewerken. Partners, sponsoren.”

Jullie hadden ook sponsoren?

Omar: “Lokale ondernemers en ketens, ja. De Lidl sponsorde producten, Voncken sponsorde cupcakes, een boer die eieren sponsorde. Ook dat lokale instanties zoals Weller en de gemeente zó actief mee wilden doen. Hadden we niet verwacht, dat het zo’n succes ging worden. We hadden zelfs twee wethouders die mee kwamen lopen.”

Hoe was dat, om met de wethouders op pad te gaan?

Cyril:  “Ik ging met Servie L’Espoir. Ik heb al eens eerder met hem gewerkt, toen we voedselpakketten rondbrachten vorig jaar aan het begin van de Coronacrisis. Leuke man, beetje gek, daar houd ik wel van.”

Bjarne: “Ik vond het wel even raar. Ik had dit nog nooit gedaan, dus. Maar naderhand was het echt heel leuk en je kon wel lol met ze hebben.”

“Op deze manier krijgen ze een kans, en zien ze hoe leuk het kan zijn om iets voor anderen te doen. Je ziet je eigen kwaliteiten.”

Zou je zo’n activiteit nog eens doen? Of vaker?

Cyril: “Ja, zeker weten.”

Bjarne: “Ja!”

Vrijwilligersblog 3 : Helpende Handen

Het verhaal van Elly en Margret

Het verhaal van Elly en Margret

Deze maand hebben wij onze eigen Elly en Margret, de drijvende krachten achter de vrijwilligerscentrale binnen Brunssum, aan het woord gelaten. Zij hebben wel het een en ander te vertellen over hun ervaringen met vrijwilligers en vrijwilligerswerk!

‘Het leukste is om de vrijwilligers op een plek te krijgen waar ze kunnen opbloeien en groeien.’

Hoe ziet jullie vrijwilligerswerk eruit?

Elly en Margret bemannen momenteel de vrijwilligerscentrale in Brunssum. De vrijwilligerscentrale is te vergelijken met een uitzendbureau, maar dan voor vrijwilligerswerk. Aan de ene kant plaatsen en beheren ze vrijwilligersvacatures van bedrijven en organisaties op de website van het CMWW zodat vrijwilligers die interesse erin hebben erop kunnen reageren. Daarnaast voeren ze intake gesprekken met vrijwilligers om na te gaan waar de interesses liggen. Ze bemiddelen desgewenst de vrijwilliger door te koppelen aan voor hem/haar passend vrijwilligerswerk. De reden dat ze de vrijwilligers uitnodigen voor een persoonlijke intake is belangrijk. Zo kunnen ze zien wie de vrijwilliger is en omgekeerd. De vrijwilligerscentrale is ook het ‘ doorgeefluik’ naar de organisatie toe. Tevens ook het visitekaartje voor de organisatie of instantie die om een vrijwilliger vraagt.

Elly: “Mensen komen hier vaak schouderophalend: ‘ik weet niet wat ik moet doen met mijn vrije tijd, ik ben zoekende’. Samen gaan we op zoek naar hun vaardigheden en interesses.

Het is fijn als je mensen dan weer de weg kunt wijzen naar een zinvolle invulling van hun dagen waarbij ze tegelijk iets voor anderen betekenen.”

Margret: “Daardoor voelen mensen zich weer gewaardeerd en gezien. Wij zien regelmatig mensen groeien en opbloeien door het vrijwilligerswerk! En dat is voor ons dan ook heel fijn om hieraan te mogen bijdragen.”

Elly: “ Het is wel relevant dat je de juiste keuzes maakt. Daarbij helpen en ondersteunen we de vrijwilliger. We onderzoeken samen waar interesses liggen; wat ze gedaan hebben; wat ze nou eigenlijk echt zoeken. ‘’

Margret: “En dat is eigenlijk de insteek van de vrijwilligerscentrale. Niet zomaar ‘hier is een vacature en ga maar’. Het gaat ons er juist om de mens achter de mens en de vacature achter de vacature te leren kennen en van daaruit de juiste combinatie te maken. Want ook voor de organisatie is het belangrijk een passende vrijwilliger te vinden die geschikt is voor de taken waarvoor hij/zij komt. En het leukste is om ze op een plek te krijgen waar ze kunnen opbloeien en groeien.”

Wat is de reden dat je vrijwilligerswerk bent gaan doen?

Elly: “Het contact met mensen, buiten je eigen familie en vriendenkring om.

Ik kom zelf uit de zorg, daar kwam ik heel veel verschillende mensen tegen. Dat zijn veel verschillende contacten die dan niet langdurig zijn, maar je wel alert en creatief houden. Je bent toch steeds bezig met a la minute oplossingen zoeken voor problemen en dingen regelen.

Nu ik met pensioen ben wil ik wel actief blijven. Een kopje koffie met een vriendin blijft altijd een soort van hetzelfde. En door mijn vrijwilligerswerk kom ik ook andere mensen en situaties tegen, andere ideeën, andere problemen, die mij creatief en alert houden.”

Margret: “Ja precies. Je denkvermogen blijft, je radartjes blijven draaien. Ook ik had voorheen veel verschillende contacten, ik werkte in de reisbranche. En op dat punt vullen wij [Elly en Margret] elkaar heel goed aan, omdat Elly de zorg-tak heel goed kent en ik het administratieve stuk veel meer in de vingers heb vanuit haar ervaring in de reisbranche. We hebben beiden vroeger ook veel met vrijwilligers gewerkt, veel verhalen te horen gekregen. “

Wat is de leukste herinnering die jullie ooit hebben meegemaakt hier?

Elly: ” Er zijn veel leuke herinneringen….Mensen die door ervaringen met vrijwilligerswerk hun zelfvertrouwen weer opbouwen en weer durven te solliciteren. En menigeen zien we dan ook op via deze opstap een vaste baan krijgen. Een ander verhaal waaruit blijkt dat we soms nog meer voor mensen kunnen betekenen als waar ze in eerste instantie om vragen:

Een jonge persoon die binnenkomt die vervroegd de school heeft verlaten, instabiele thuissituatie, en die dan komt vragen naar vrijwilligerswerk. We merken tijdens de gesprekken, dat er meer ondersteuning nodig is. Conclusie uit onze gezamenlijke gesprekken en acties was, dat het beter voor deze persoon zou zijn om hem eerst via het maatschappelijk werk naar Perron 045 te bemiddelen. Daar worden jongeren die dreigen te ontsporen gecoacht om hun leven op de rit te krijgen.

Uiteindelijk is betrokken persoon weer bij ons terugkomen voor vrijwilligerswerk en is toen wel op een hele goede plek geplaatst. En dat zegt zo iemand: ‘Zonder jullie was ik nooit zover gekomen….’.”

Margret: “Je ziet ze opbloeien. De eerste stap, hier binnen komen is vaak al een eerste drempel en het is positief als dat al lukt. Dat vertellen we ze ook. De vrijwilliger mag zichzelf zijn en niets moet. We lachen samen en soms huilen we samen, maar daar komen vaak mooie dingen uit. Mensen die letterlijk bevroren binnenkomen en na vijf minuten helemaal ontspannen zijn, dat vind ik heel mooi.”

Elly: “Ons werk lijkt soms heel administratief, maar zonder dat stuk mensenkennis red je het niet.

Er zit zoveel meer achter. En dat stukje is het leuke ervan. Daar krijg je de voldoening uit.

En dat geldt eigenlijk voor alle vrijwilligerswerk. Je gaat niet alleen koffie schenken bij oudere mensen, je krijgt zoveel terug. Contact, gezelligheid, dankbaarheid. Je bent ergens welkom, je wordt gezien en gehoord en gewaardeerd.

Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend, er wordt wel op je gerekend, je telt mee.’’

Margret: “Er wordt ook veel minder druk uitgeoefend op een vrijwilliger dan in een baan.

Wanneer je ergens werkzaam bent, kan het gevoel ontstaan dat er niet thuishoort. Het is dan veel makkelijker voor een vrijwilliger om te stoppen. Bij een vaste baan kun je niet zomaar stoppen, je hangt toch aan een contract vast. Dat stukje ontspannen bezig zijn, dat geeft voor vrijwilligers vaak net de mogelijkheid om zich te ontplooien en te groeien. En ook vaak als eerste opstap weer naar weer een baan. Mensen die uit een burn-out komen bijvoorbeeld. Dan is beginnen met een klein stukje vrijwilligerswerk, een paar uurtjes per dag, goed om mee op te bouwen. Dat helpt ze vaak weer om later weer langzaam in een reguliere baan terug te keren.’’

‘De mooiste ervaringen zijn als mensen terugkomen en zeggen  ‘ja, zonder jullie had ik dit niet bereikt.’

Hebben jullie nog tips voor mensen die nog aan het twijfelen zijn om vrijwilligerswerk te gaan doen?

Elly: “Gewoon komen praten. Maak een afspraak of loop binnen, het is altijd vrijblijvend en er is minstens een kop koffie. Ook als je bij ons komt, er moet niets. Je kunt gewoon binnen komen om te informeren wat vrijwilligerswerk inhoudt, wat je je erbij moet voorstellen, welke mogelijkheden er zijn en we zien wel waar we op uit komen.”

Margret: “Alles is op vrijwillige basis. Als je tijdens of na het gesprek denkt: ‘dit is het toch niet’, dan even goede vrienden. Je zit nergens aan vast. ‘’

Vrijwilligersblog 2 : Helpende Handen

Het verhaal van Kelly

Vrijwilligersblog: Helpende Handen

Het verhaal van Kelly

Welkom bij de tweede uitgave van Helpende Handen! Deze keer nemen we een kijkje in het leven van Kelly. Kelly doet vrijwilligerswerk bij het asielzoekerscentrum (AZC) in Heerlen. Vanuit de Vrolijkheid draait ze mee met projecten voor jongeren die in het AZC wonen (tussen de vier en vijfentwintig jaar). De projecten zijn gebaseerd op kunst en muziek. Ze werkt per week acht uur.

Hoe ziet je vrijwilligerswerk eruit?

“Het is met name veel ondersteunen. Kinderen in de gaten houden en met ze meedoen, dat voornamelijk. De kinderen motiveren. Er zijn ook kinderen met trauma’s, dus sommige momenten zijn wat lastig en sommige kinderen hebben soms wat meer aandacht nodig. In dit werk zie je de diversiteit tussen de kinderen bij wat ze nodig hebben.”

Hoe ben je bij dit vrijwilligerswerk terecht gekomen?

“Bij mij op school kregen mensen die in het AZC woonden Nederlands-les. En iedereen was een beetje tegen hen en ik was de enige die echt met hen omging en aan hun kant stond. Dus zij hebben mij verteld over het AZC en vertelden ‘We gaan altijd naar De Vrolijkheid’. Dus ik had gevraagd wat dat was en had het zelf ook opgezocht. En zo kwam ik bij hun facebook terecht en heb ik hen een berichtje gestuurd. Maar ik was toen pas vijftien. Nog nooit met de bus gereisd, dus dat was allemaal wat lastig. Toen ik zeventien was ben ik uiteindelijk gestopt met het MBO en ben ik dezelfde week nog bij hen aan de slag gegaan als vrijwilliger. En dat doe ik nu al zo’n drieënhalf  jaar.”

‘Je kunt er zo veel leren en je kunt echt ontdekken wie je zelf bent.’

Wat vind je het allerleukste aan je werk?

“Ik denk toch wel dat iedereen gewoon samen komt. Dat er gewoon geen onderscheid wordt gemaakt tussen waar je vandaan komt, wat voor taal je spreekt. Iedereen komt gewoon samen en kunst is ook een middel om te communiceren. Dus je hoeft de taal ook niet te spreken. Ik denk dat dat wel het mooie is aan het werk.”

Heb je een voorbeeld van een project dat je uitgevoerd hebt?

“We hebben bijvoorbeeld een eigen magazine gemaakt waarin iedereen van de jongeren hun eigen verhalen konden vertellen. En ik ben nu dan ook mijn eigen project aan het leiden.”

Razend enthousiast vroegen wij Kelly natuurlijk haar project eruit ziet. Ze barst vol passie los: ‘Het is een fashion-project. Daarin wordt witte kleding bewerkt met eigen patronen van een eigen gemaakte design. Het is met name geïnspireerd door Afrikaanse stijlen, Henna of Mandala en eigenlijk is het iets wat iedereen ook gewoon kan doen. Bij het project was het ook heel mooi om te zien dat mensen begonnen en zeiden van ‘ja, ik kan niet tekenen’ en uiteindelijk waren diegenen de mensen die niet meer wilden stoppen!”

Kelly geeft aan dat haar project een groot succes is en zelfs landelijk uitgevoerd zal worden. “En nu gaat het project waarschijnlijk ook landelijk worden. Er zijn al veel AZC’s waarbij ze het Fashion-project nu ook gaan doen. En zij willen dat ik het project dan ook daar kom geven. Dus nu ben ik eigenlijk aan het werken vanuit vrijwilliger ook naar workshopleider. En dat zou betekenen dat ik dan ook in andere AZC’s aan de slag zal gaan. Op dit moment zijn er veel AZC’s die mijn projecten willen, van Drachten tot Rotterdam, echt overal!”

‘Iedereen komt gewoon samen en kunst is ook een middel om te communiceren. Je hoeft de taal niet te spreken.’

Wat is het leukste dat je hebt meegemaakt tijdens je werk?

“Wat me altijd bijblijft is van december 2018. Toen hadden we een grote groep, voornamelijk mensen uit Syrië. We hadden toen met één iemand gesproken, op het terrein, een jonge jongen, om te kijken of hij eens wilde meedoen aan onze activiteiten. ‘Neem wat vrienden mee, en kom maar eens kijken’. En even later kwam die jongen dus, met een groep van 13/14 man, allemaal Afrikaanse jongens die heel goed konden drummen. Op gegeven moment zaten we toen met veertig, bijna vijftig, man in een ruimte en iedereen was gewoon samen muziek aan het maken! En dat was op gegeven moment elke week gewoon zo. Het was een hechte groep geworden en het maakte niets uit waar je vandaan kwam. Er was zelfs een gehandicapte jongen bij die steeds in het verkeerde ritme sloeg. En toen zei iemand ‘stop’ en gingen ze erna op zijn beat af.  Dat kwam zo mooi samen.”

Heb je nog tips voor mensen die aan het twijfelen zijn of nadenken zijn over vrijwilligerswerk?

“Ik zou zeggen: vooral doen. Je kunt er zo veel uit halen, je kunt er zo veel leren en je kunt echt ontdekken wie je zelf bent. Voor mij is het echte hetgeen geweest waardoor ik gegroeid ben. Ik wilde eigenlijk gewoon een tussenjaar nemen van school en mezelf een beetje ontdekken en dat heb ik hier echt wel gewoon kunnen doen. Ik weet echt wie ik nu ben en wat ik ook wil. Ik had niet gedacht, toen ik ermee begon, dat ik bijvoorbeeld projecten door het hele land zou geven! Als je aan het werk bent en je hebt weer een dag erop zitten, dan ga je met zo’n goed gevoel naar huis. Er is geen bedrag voor te betalen eigenlijk. Gewoon al wat je met die kinderen en die jongeren doet. Je ziet gewoon hoe belangrijk ons werk is, daar wordt je constant aan herinnerd. Het is gewoon heel belangrijk, een lach op hun gezicht brengen.”

‘Bij het project was het ook heel mooi om te zien dat mensen begonnen en zeiden van ‘ja, ik kan niet tekenen’ en uiteindelijk waren diegenen de mensen die niet meer wilden stoppen!”.’

Wil je meer weten over De Vrolijkheid? Neem dan eens een kijkje op hun website: https://vrolijkheid.nl/

Vrijwilligersblog 1 : Helpende Handen

Het verhaal van Martha

Welkom bij de eerste uitgave van Helpende Handen! In deze blog zullen we je meenemen in het verhaal van Martha.

Vertel eens iets over je vrijwilligerswerk. Wat doe je zoal?

Martha voert verschillende soorten vrijwilligerswerk uit, zowel binnen als buiten het CMWW. Martha vertelt: ‘In het wijksteunpunt Noord (Distelenveld) zit ik op de administratie. Daar wordt het eten verzorgd voor de ouderen mensen die naar de Soos komen om gezellig koffie te drinken. De administratie zorgt ervoor dat alles geregeld wordt; dat de voorraad er is, drinken er is, dat de maaltijden van de deelnemers op tijd in de oven gaan.’

Martha heeft voorheen bij de receptie gewerkt op het hoofdkantoor van het CMWW. Nadat ze met pensioen is gegaan, is ze gelijk vrijwilligerswerk gaan doen: ‘Ik heb eerst op de hoofdlocatie gewerkt en daar kwamen vooral mensen met problemen. Dat is heel anders dan hoe het hier gaat. Het is een heel ander doel, maar dat maakt het ook fijn om erbij te zijn en te zorgen dat de mensen het een beetje leuk hebben. En een praatje kost niks. ’

‘Vrijwilligerswerk verrijkt je alleen maar, het levert je iets op.’

Martha geeft aan dat een groot gedeelte van haar werk ook bestaat uit een praatje maken en aandacht hebben voor de bewoners die komen. Martha vindt het tevens ook heerlijk om te kletsen en via haar vrijwilligerswerk bij de administratie kan ze deze kracht goed benutten. ‘Als je het vrijwillig doet, dan vind je het ook leuk. En dat is bij mij zo. Ik heb graag contact met mensen. Ik praat graag, dat kan ik ook niet helpen, en als mensen dat leuk vinden, dan is dat helemaal mooi.’

Doe je nog meer vrijwilligerswerk?

Martha werkt niet alleen als vrijwilligster binnen het wijksteunpunt. Nee, zij is een bezige bij die niet stil wilt zitten! Zo notuleert ze al ruim tien jaar voor de SMO-raad en neemt ze deel aan diens vergaderingen. Daarnaast heeft ze ook nog werkzaamheden op het hoofdkantoor van het CMWW, bij de administratie. ‘Voor jezelf is het gewoon fijn om te doen. Je blijft onder de mensen, je blijft bezig, je verstand blijft doorgaan. En vooral nu, nu je helemaal niet veel kan doen.’
Ze geeft aan dat ze het fijn vindt om structuur te hebben nu ze met pensioen is. ‘Het is gewoon leuk om iets te blijven doen, en het is ook goed voor je, denk ik, om bezig te blijven. Het geeft je ook weer energie.”

‘Als je het vrijwillig doet, dan vind je het ook leuk.’

Wat is het leukste wat je ooit in je vrijwilligerswerk hebt meegemaakt?

Op deze vraag barsten de verhalen los. Er is zoveel te vertellen, dat ze niet één verhaal kan uitkiezen. Martha heeft dus veel verhalen met ons gedeeld en wij zullen er uiteraard ook een met jullie delen.
Martha heeft ook nog een tijd terug vrijwilligerswerk gedaan bij Vluchtelingenwerk in Heerlen. ‘Ik las dat ze op zoek waren naar een taalcoach, dus ik ben er op afgestapt. Het is een van de leukste dingen die ik gedaan heb, want je komt bij de mensen thuis. Ik ging bij een Marokkaanse mevrouw op huisbezoek, daar heb ik nog steeds contact mee. En het leukste daar vond ik dat als ik daar was dan maakte ze me altijd verse muntthee. Ze ging de tuin in, met een bos munt kwam ze naar binnen van “zal ik jou eens lekker thee maken?” Nou, ondertussen lekker kletsen en dan maakte zij de thee. Maar we waren met zijn tweeën. Toch zette ze 3 kopjes klaar. Dus ik vroeg “Komt er nog iemand?”. “Nee,” zei ze, “maar misschien komt er nog iemand! Stel er belt iemand aan, dan kan ik zeggen “Je kopje staat al klaar, kom maar zitten”. Nou daar kunnen we wat van leren, die gastvrijheid.’

‘Een praatje dat kost niks.’

En Martha, heb je nog gouden tips voor mensen die op zoek zijn naar vrijwilligerswerk of erover twijfelen?

Martha’s antwoord luidt als volgt: ‘Je moet het altijd proberen. Want er is niets zo leuk als te proberen. Misschien zijn er dingen die je niet liggen, dat kan, maar ik zou altijd de tip willen geven dat je het gewoon moet doen. Je verreikt jezelf ermee, vind ik, je leert er zoveel van. Je blijft een schakel en je bent nog nodig. Nu ben ik klaar met werken, en nu ben ik niet meer nodig, snap je? Je wilt nog nodig zijn, ergens bij horen. En je doet iets wat je gewoon leuk vind. Je krijgt er niet minder inkomen door of zoiets, het verrijkt je alleen maar, levert je iets op. Dus ik zou iedereen ook aanraden om vrijwilligerswerk te doen. Je krijgt er zoveel voor terug; nieuwe mensen, nieuwe kennis, leuke dingen gaan doen.’